Omgangsvormen: Ondro Bong!

Ondro Bong, dat is Surinaams (Sranantongo? Sarmani? Papimento?) voor ‘Onder die boom!’ en tevens een lokatie van liefdadigheidsstichting De Regenboog, die zich hard maakt voor het welzijn van (ex)verslaafden. Een nobel en bewonderenswaardig initiatief dat opkomt voor de zwakkeren in onze verkillende samenleving.

De Regenboog heeft verschillende lokaties, verspreid over Amsterdam en één daarvan is die voor Surinaamse (ex)verslaafden, de Ondro Bong geheten. (op de term ‘ex’verslaafden kom ik zo nog terug.) Toevallig zijn de gebruikers van deze lokatie nu net mijn buren. En hiermee begint sinds kort het gezeik.

Laat ik voorop stellen dat er aanvankelijk geen enkel probleem was met de Ondro Bong. Af en toe liep er weleens een Surinaamse vijftigplusser (het zijn allemaal oudere verslaafden, hence de aanhalingstekens bij ‘ex’) te spacen of out te gaan voor de deur van de tegenovergelegen kinderopvang, waardoor die peuters gelijk een realistisch beeld meekrijgen van het leven in de grote stad, wat op zich dus prima is.

Ik heb begrepen van de leiding van de lokatie dat de huidige toestand mede is veroorzaakt door de renovatie.  Ik moet dit, geloof ik, even uitleggen.

Ondro Bong is gevestigd in een pittoresk, houten bouwsel, waarin vroeger de dubieus klinkende  ‘christelijke jongemannenvereniging’ was gehuisvest, in ieder geval was dat zo in 1938, want het Amsterdamse Stadsarchief beschikt over een fraaie foto van hetzelfde keetje uit dat jaar. (http://beeldbank.amsterdam.nl/index.php?beginjaar=1938&eindjaar=1939&qasked=1&qtype=nieuw&q=zeeburgerdijk)  Logischerwijs moet zoiets op den duur een keer opgeknapt worden. Dat is vorig jaar gebeurd, en wel voor drie ton om precies te zijn.  Dat geld was mede beschikbaar door medewerking van de GGD Amsterdam, onder de voorwaarde dat het gebouw niet meer als ‘gedoogruimte’ zou worden gebruikt: waar men vroeger, voor de renovatie onder toezicht het gebruik van ‘verboden middelen’ dus oogluikend   toestond, is dat nu verboden. En wat er  in zo’n geval gebeurt, laat zich raden als de verkiezingsuitslag in pakweg Iran: de (ex)verslaafden, zo’n tachtig in getal, gaan hun behoeftes buiten beoefenen. Let wel, het zijn geenszins daklozen, ze hebben allemaal een eigen huis, maar het keetje heeft zoals De Regenboog het omschrijft ‘een huiskamerfunctie’.

Het beoefenen van hun hobby doen ze gelukkig niet altijd met z’n allen hier in ons portiek onder het raam, daar wordt wel op toe gezien. Ze verspreiden zich ook door de buurt en vormen een homogene groep van Surinaamse, in zichzelf pratende mannen van middelbare leeftijd. Ook hebben ze allemaal een gehoorbeschadiging. Dat vermoed ik althans, want ze schreeuwen steeds heel hard, ook als ze het gewoon tegen zichzelf hebben.

Wat ik desondanks hoop, is dat de GGD het gebruik binnen weer gaat gedogen. Want een levendige buurt is één ding, maar tachtig crackrokende Surinamers wordt zelfs voor voornamelijk thuiswerkende ondergetekende op den duur iets teveel van het goede.

Advertenties