‘Negen Raven’ – verhalen van Willem Jardin

Negen Raven, de nieuwe verhalenbundel van Willem Jardin grijpt je bij je strot en laat je niet snel meer los. Stuk voor stuk ademen de verhalen een unheimische, licht-dreigende sfeer, die soms ongenadig aan de oppervlakte komt, zoals in ‘God bless America’, waarin iemand middels icepicks gelobotomiseerd wordt. Dit verhaal kan moeiteloos de vergelijking aan met de ‘gruwelijke’ verhalen in bijvoorbeeld Hermans’ briljante verhalenbundel Moedwil en Misverstand (1948). In andere verhalen blijft de dreiging meer onuitgesproken, maar wordt hij uitgebeeld, soms zo subtiel dat je erg goed moet lezen, maar erg goed lezen is dan ook het devies bij deze bundel. ‘Show don’t tell’ in uitvoering, W.F. Hermans meets David Lynch, daar komt het hier op neer. Die laatste noem ik in verband met de (vermeende) Lynchiaanse manier van vertellen, door gebruikmaking van een Moebiusringachtige tijdsbeleving. Dit lijkt het geval te zijn in het verhaal ‘Vrouw’. Daar komt nog bij dat deze verhalenbundel een vorm van semiotiek in de praktijk lijkt te zijn (het motto is van Lévi-Strauss): laat het beeld dat je denkt te kennen, los. Een eenzijdige analyse van de gebeurtenissen wordt op die manier bemoeilijkt, en dat is wat deze bundel zo interessant maakt. Dat, en de strak volgehouden, ingetogen toon van de verhalen, die zich alle in een andere tijd en op een andere plaats lijken af te spelen, maken Negen Raven tot een unieke leesbelevenis.

Advertenties

meisjes in het verkeer

Naast een aantal andere zaken, ben ik groot liefhebber van meisjes, om een aantal uiteenlopende redenen. Maar één van die redenen is in ieder geval niet de onvermijdelijke deelname van meisjes aan het verkeer.  Hou me ten goede, het is niet mijn intentie om te generaliseren, hoewel het onderwerp me er  wel degelijk toe noopt. Want man, man, man, wat een drama vormen meisjes in het verkeer. Over hoeveel leuke features ze verder ook beschikken maakt in dezen even niets meer uit. Meisjes in het verkeer bewegen zich temidden van de overige verkeersdeelnemers met de nuance van het oeuvre van Charles Bukowski  en het richtingsgevoel van een gemiddelde lemming: ze lijken alleen in staat te zijn om vooruit te kijken, waar op zich niks mis mee is, ware het niet dat het niet valt aan te raden om een dergelijke gedachte op een druk verkeersplein om te zetten in gedrag.

Sommige meisjes die onbekommerd alles en iedereen afsnijdend, een spoor van semi-verkeersongelukken achterlatend door de stad peddelen, verkeren in de veronderstelling dat de blikken van mannelijke omstanders die zij toegeworpen krijgen, te maken hebben met hun eigen lustopwekkende verschijning. Dat is te zeggen, in hoeverre zij die blikken registreren uiteraard. Maar niets is minder waar. Doorgaans drukken zulke (mannen)blikken een bijna vertederde verbijstering uit bij het gadeslaan van dergelijke onbeholpen verkeersdeelname. Een man vraagt zich bij tijd en wijle af hoe het in godsnaam mogelijk is dat een vrouwelijke verkeersdeelneemster überhaupt nog thuisgeraakt. Zeker in het weekend, na een uur of elf ‘s avonds.

En kom nu niet meteen zeuren over eventuele vrouwonvriendelijkheid mijnerzijds, want alle lieve meisjes in mijn omgeving geven zulks bij nadere ondervraging mijnerzijds, grif toe (nadat ze van hun fiets zijn gestapt uiteraard).

Volgende keer weer iets geheel anders, dan heb ik het graag over de gemiddelde testosteronspiegel van de mannelijke bonoboaap.