3 nieuwe gedichten in Hollands Maandblad 6/7 (zomer 2016)

Twee violen

een gezinsvolvo draait de straat in

taxeert mij in zijn dimlicht

een labrador laat zichzelf uit

 

de stiefvader geneert zich

voor het onkruid bij de buren

als hij uitstapt en doorheeft dat ik het moet zijn

 

ik negeer zijn hand en misverstand

en loop door naar het feest in de kamer

waar ik zie hoe de jarige kaarsjes uitblaast

 

er vormt zich een rij onder slingers

de moeder tikt jet op de vingers

die spastische darm heeft ze van mij

 

ik frunnik aan de dinosaurus

als ik buk om haar te kussen

glijdt de taart van mijn kartonnen bord

2 Nieuwe gedichten in Hollands Maandblad #2 2016

dit is er één…

 

Ze viert het toch

 

achter het raam vallen katten bloemen aan

we wachten op de laatste tram

en weten ons bekeken door een vrouw

 

die hard Zij leve hoog zingt.

Ze schudt zichzelf driftig de hand

alsof ze verwacht dat ze kleingeld op zal hoesten

 

de regen bijt kringen in haar jarige rug

zoals oogvocht dat doet op crêpepapier

de slingers ophangen moet je altijd zelf

 

we ontwijken haar blik en ontkennen

dat ze thuis straks zelf de taart aansnijdt

om daarna te proosten met de spiegel

 

als je dagelijks het water ververst

is het voordeel van een aardenwerken vaas

dat je boeket veel langer fris blijft

zegt de man bij wie ze instapt

 

Verzamelde quotes over Nieuw eiland

Een totaal willekeurige greep uit de recensies nav Nieuw eiland tot nu toe:

‘Sander Meij is altijd taalvirtuoos. (…) Het fijne zit daarnaast in het herlezen. De poëzie is toegankelijk, maar er is bij elke herlezing weer iets te ontdekken.’ Niels Nijborg – Boekblad

‘Prachtig uitgespaard drama. En daar staat de hele bundel vol mee. Er staan gewoon geen zwakke gedichten in.’ Karel Walsch, Poëzie-Leestafel

‘De beeldspraak is raak, het ritme soms fel en dwingend (het gedicht lóópt), de alliteratie en assonantie zijn in dit geval juist in het oog en oor springend.’ Willem Thies – Poëziekrant

‘Sander Meij toont aan dat we niet alles met woorden kunnen zeggen […] Af en toe werkelijk humoristisch.’ Boek van de dag – Leidsch dagblad e.a.

‘Een onontkoombaar debuut over menselijk onvermogen.’ Pom Wolff, Pomgedichten.nl

‘Een treffende debuutbundel.’ Arjen van Meijgaard – NBD | Biblion

‘Alle woorden zijn gewikt en gewogen en staan op de plaats waar ze horen. Daarin is ook het talent van de dichter terug te vinden. Sander Meij weet wat hij doet.’ Awater

‘Bang om voor oppervlakkig versleten te worden hoeft hij niet te zijn. De beelden in Nieuw eiland zijn ook zonder grote woorden betekenisvol.’ Passionate Platform

‘Voortdurend wordt er in de gedichten gezocht naar identiteit, authenticiteit, en voortdurend tevergeefs, en steeds wanhopiger.’ Nederlands Dagblad

‘Ik kan niks vinden waar ik deze must-have op kan afrekenen. Alice in Wonderland-syndroom is wat mij betreft het absolute meesterwerk erin!’ Derrel Niemeijer – Poezine XII

Mijn gedicht in de Turing top 100 2015

Hoe we er niet kwamen

Op een dag hadden wij geen ambities meer. We beschouwden onszelf nog als wegbereiders, maar wisten niet langer voor wie.

Al renden we in cirkels, als spinnen met gebrek aan pootjes, we kwamen toch terecht. We kozen geen paden, gingen desondanks vooruit, waarmee we bewezen dat eigen weg loont.

De horizon maakten we rond: de spanning tussen ver en dichtbij loste op. We lieten onze baarden staan en leefden in het heden. We mankten onze angst voorbij en tatoeëerden hierover op de huid van onze ruggen.

Eenmaal in het midden van de cirkel beland, kropen we naar de achterkant, die daarmee voorkant werd. We sleten onze dagen in gespiegelde herhaling.

Toen kwamen alsnog de vragen: moesten wij onszelf niet herpakken, door opnieuw te leren spreken met een maagdelijke stem?

In ons hoofd kwam vervolgens een asielzoeker wonen, die soms even naar buiten mocht, om met behulp van zijn ogen iemands kleding af te pellen.

Dat lukte vrijwel nooit en als hij al eens slaagde, dan wist hij zich genegeerd. Op den duur ging hij op in een zeker circuit, waanzinnig naar het scheen.

Achteraf had hij ons kunnen redden. We wogen die gedachte, verwierpen hem tot slot, waarna we de navels inspecteerden en het voelde alsof er iets groots aan ons ontsproot.

Wielergedicht

Luctor et emergo

je gaat kort door de bocht
op een quasi-kamikaze
om gedragen door spaken
hersenschimmen na te jagen

je wringt je in bochten
halverwege de vulkaan
geen plaats voor contemplatie
over spanning of wattage

geen mens heeft gevraagd
deze pijnpunt te bestijgen
en de bodem van de drinkbus
blijkt nog droger dan je mond

pesterig zweeft hier
een havik naar de meet
op kruistocht naar de sterrenwacht
ben je prooidier en prijsdier tegelijk

ook te vinden op:

http://wielergedichten.blogspot.nl/2015/12/luctor-et-emergo.html

Erg fijne recensie Nieuw eiland Poëziekrant

In de rubriek ‘Het debuut’ in de Poëziekrant, waarin ‘opmerkelijke debuutbundels worden belicht, wijdde niemand minder dan Willem Ties mooie woorden aan Nieuw eiland: “De regel ‘sterven a.u.b. in stilte’ is prachtig in zijn terloopsheid en in de ambtelijke afkorting ‘a.u.b.’.” (…) “Ook ‘Madurodamisme’ is zo’n krachtig gedicht. De beeldspraak is raak, het ritme soms fel en dwingend (het gedicht lóópt), de alliteratie en assonantie zijn in dit geval juist in het oog en oor springend.”

poeziekrant Ties